Goed en oprecht SORRY kunnen zeggen

DE KERNCOMPETENTIES VAN FACILITIES FIRST

Normen en waarden, ze zijn onmisbaar in het maatschappelijk verkeer. Op onze website komt u er talloze tegen. Niet om het braafste jongetje van de klas te zijn of sociaal geaccepteerd te worden, maar simpel omdat wij ons prettig voelen bij onze ‘eigen’ normen en waarden. Door deze te respecteren kunnen wij op een leuke manier ons werk doen en de kwaliteit leveren waar u recht op heeft. Plezier hebben en plezier voelen is voor ons synoniem. Graag laten wij u kennis maken met de dagelijkse Facilities First praktijk waarin een norm of waarde door ons wordt ervaren en toegepast.

Ergens in het begin van december 2004 kreeg Facilities First een telefoontje van een Amerikaans ‘wereld’bedrijf. Een vriendelijke facilitaire dame, die onze naam via een Europese collega had doorgekregen, verzocht mijn collega om hun vestiging in Gent België vóór 1 januari 2005 te ontmantelen. Wegens economische redenen had de board besloten de Belgische vestiging, met zo’n 50 werkplekken, te sluiten. Ontmantelen betekende in dit geval, taxeren (ten behoeve van de boekhouding) en vervolgens geheel leeg op te leveren. Later werd besloten om de medewerkers een eerste optie te geven de aanwezige inventaris tegen de getaxeerde verkoopprijs op te kopen. Alles wat over zou blijven zou vervolgens aan een opkoper worden verkocht.

Mijn collega is daags na het telefonische verzoek afgereisd naar Gent om de situatie aldaar te bekijken en te inventariseren. Het slechte nieuws had de medewerkers al bereikt. De collega werd ontvangen als een doodgraver op een huwelijksfeest. De klus werd ingeschat op één dag taxeren en één dag ontmantelen, ergo twee dagen werk voor drie man.

De taxatie was snel geregeld, de opdrachtgever ontving een complete lijst met goederen en haar economische waarde. De in- en externe verkoop zou de opdrachtgever zelf regelen. Wat Facilities First restte was de verdere ontmanteling en afvoer van het weinige wat nog op de locatie zou staan. Een afvalcontainer was zo geregeld.

Afijn, met de Kerst had ik met nog twee collegae toch niet zo veel te doen én België is altijd gezellig. Zo gingen we direct na de kerstmaaltijd richting Gent met een vrachtauto(otje). Aangekomen op de vestiging bleek de interne verkoop te zijn gecombineerd met een afscheidsfeest (althans, genoeg lege flessen om een glasbak te vullen) en waren de frustraties over de sluiting op de muren geschreven (wat een feest moet dat zijn geweest!). Blijkbaar was de interne – als externe verkoop niet zo succesvol als oorspronkelijk gedacht, van de inventaris was een aanzienlijk deel nog aanwezig.

De afvalcontainer was in een mum van tijd vol. Niet getreurd, de vrachtauto laden en direct naar de vuilstort rijden.

De werkzaamheden gingen voorspoedig … totdat mijn collega de kelder ontdekte die tijdens de inventarisatie (bewust) over het hoofd was gezien. Daar bleek van een aantal jaren archief te staan en vooral ook van een aantal jaren schroot. Eerst gebeld met onze Amerikaanse opdrachtgever en hen gevraagd naar de status van ‘leeg’. ‘Leeg’ bleek ook echt ‘leeg’ te zijn. Een kwestie van elkaar diep in de ogen kijken en te verwijzen naar het credo ‘afspraak=afspraak’ en dus, knallen. Snel de volle container laten wisselen en wederom naar de stort.

Om een lang verhaal kort te maken: de afspraak werd (op het nippertje) gehaald en onze klant uitte haar tevredenheid.

Het slot van deze anekdote was de terugreis naar Nederland. Drie mannen in een kleine vrachtauto waarvan de verwarming niet werkte, hartje winter. Mannen met een muts op, handschoenen aan en een baard van een paar dagen ploeteren. Vanzelf sprekend werden we bij de grens van de weg gehaald door de douane, op zoek naar het illegaal importeren van vuurwerk!

De oudejaarsavond hebben we vervolgens vooral slapend (met een grote grijns) doorgebracht…